Jaarlijks vakantieverlof


Dit verlof is van toepassing op

  • contractuelen
  • mandaathouders
  • stagiairs
  • statutairen

Je kiest zelf wanneer je je jaarlijks vakantieverlof opneemt, je moet wel rekening houden met de behoeften van je dienst.

Als je je verlof niet volledig hebt kunnen opnemen, dan bepaalt de voorzitter van het directiecomité of zijn afgevaardigde hoe je je vakantieverlof naar het volgende jaar kunt overdragen (het verlof dat je overdraagt moet dan wel in dat jaar opgenomen worden). 

Als je je jaarlijks vakantieverlof of een deel ervan niet hebt kunnen opnemen door onderstaande redenen, dan is de overdracht niet beperkt tot één jaar:

  • een afwezigheid wegens ziekte
  •  een arbeidsongeval
  • een ongeval op weg van of naar het werk
  • een beroepsziekte

Bij je terugkeer wordt het jaarlijks vakantieverlof opgenomen rekening houdend met de behoeften van de dienst.

Als je je verlof splitst, heb je het recht om een doorlopende periode van ten minste twee weken op te nemen.

Duur

Het aantal dagen van je jaarlijks vakantieverlof hangt af van je leeftijd. 
 

                

Aantal werkdagen/leeftijd“Gewoon” jaarlijks vakantieverlof “Bijkomend” jaarlijks vakantieverlof Totaal jaarlijks vakantieverlof
< 45 jaar2626
45-49 jaar2727
50-54 jaar 2828
55-59 jaar28129
60 jaar 28230
61 jaar28230
62 jaar28331
63 jaar28432
64-65 jaar28533

Het gaat niet om de leeftijd die je op 1 januari hebt maar om de leeftijd die je dat kalenderjaar bereikt.

Voorbeeld: Je wordt op 8 november 2011 60 jaar, dan heb je vanaf 1 januari 2011 recht op 30 dagen vakantieverlof.

Vermindering van de duur

Algemeen

Het jaarlijks vakantieverlof wordt vastgesteld op het lopend jaar en niet op het voorgaande jaar.

Je jaarlijks vakantieverlof wordt proportioneel verminderd

  • als je geen volledig jaar in dienst bent
  • als je één van de volgende verloven opneemt:
    • verlof voor kandidaatstelling bij verkiezingen
    • verlof voor stage of proefperiode
    • halftijdse vervroegde uittreding
    • vrijwillige vierdagenweek
    • verlof voor opdracht
    • loopbaanonderbreking
    • Verminderde prestaties wegens medische redenen
    • afwezigheden waarbij je in de administratieve stand van non-activiteit of disponibiliteit bent geplaatst.

Deze regel geldt ook voor contractuele personeelsleden, behalve voor het geboorteverlof, het ziekteverlof, het adoptieverlof en het pleegzorgverlof. Deze verloven worden beschouwd als dienstactiviteit.

Het totaal aantal van deze afwezigheidsdagen (uit de lijst hierboven) tijdens de beschouwde 12 maanden is de “Y” in de berekeningsformule van het jaarlijks vakantieverlof:

Schematische voorstelling van de berekening van het jaarlijks vakantieverlof

Formule: Je vermenigvuldigt het totaal aantal dagen afwezigheid (Y) met 26. Het getal dat je uitkomt deel je door 260. Het getal dat je dan uitkomt breng je in vermindering van 26. Het getal dat je dan uitkomt is het totaal aantal verlofdagen waarop je recht hebt.

Legende bij de formule:

  • 26 d = 26 dagen "gewoon" jaarlijks vakantieverlof voor iemand jonger dan 45
  • y = totaal aantal afwezigheidsdagen
  • 260 = 52 weken x 5 werkdagen
  • n = totaal aantal verlofdagen 

Indien na de vermindering het aantal dagen niet op een geheel getal uitkomt, wordt het afgerond naar de onmiddellijk hogere eenheid. Wanneer iemand te veel jaarlijks vakantieverlof opgenomen heeft, kan dit aangezuiverd worden met het jaarlijks vakantieverlof van het volgende jaar.

Concreet voorbeeld:

Een personeelslid van 29 jaar (contractueel of statutair) nam 6 maanden (1/06/2006-30/11/2006) halftijds (50%) loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof met elke dag prestaties.

--> Y= 65,5 (afwezigheidsdagen)


Schematische voorstelling van de berekening van het jaarlijks vakantieverlof: concreet voorbeeld

Berekening vakantiejaar 2006: 26 dagen vermenigvuldigd met 65,5 afwezigheidsdagen is 1703. 1703 gedeeld door 260 is 6,55. 26 dagen in vermindering gebracht met 6,55 is 19,45. Dit wordt afgerond naar de onmiddellijk hogere eenheid 20. Deze persoon heeft een totaal van 20 dagen jaarlijks vakantieverlof. 

Bijkomend verlof vanaf 55 jaar

Het bijkomend verlof vanaf 55 jaar (zie tabel bij "Duur") wordt niet verminderd. Voor een personeelslid dat bijvoorbeeld de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt is de berekening de volgende:

Je vermenigvuldigt het totaal aantal dagen afwezigheid (Y) met 28 (= aantal dagen jaarlijks vakantieverlof voor iemand van 60 jaar). Het getal dat je uitkomt deel je door 260. Het getal dat je dan uitkomt breng je in vermindering van 28. Het getal dat je dan uitkomt + 3 dagen is het totaal aantal verlofdagen waarop je recht hebt.

Schematische voorstelling van de berekening van het jaarlijks vakantieverlof voor 60+-ers

Gevolgen

Contractuelen

  • Recht op wedde: ja
  • Recht op weddeverhoging: ja

Statutairen, stagiairs en mandaathouders

  • Administratieve stand: dienstactiviteit
  • Recht op wedde: ja
  • Vermindering ziektekrediet: nee

Regelgeving

Pagina laatst gewijzigd op 08 februari 2012