Vakantiegeld
Om vakantiegeld te krijgen, moet je een bezoldiging gehad hebben gedurende de referentieperiode van 1 januari tot 31 december van het jaar vóór het jaar waarin je vakantiegeld wordt betaald.
Voor de berekening van je vakantiegeld wordt rekening gehouden met je prestaties van het voorgaande jaar.
Als je een premie voor competentieontwikkeling krijgt, dan krijg je daar ook vakantiegeld voor.
Als je aangeworven bent in de loop van het jaar, dan kan de periode tussen 1 januari van dat jaar tot de dag voor de indiensttreding in aanmerking genomen worden voor de berekening van je vakantiegeld
- als je jonger dan 25 was op het einde van het voorgaande jaar en
- als je in dienst bent getreden binnen vier maanden na
- de datum waarop je de onderwijsinstelling hebt verlaten
- de datum waarop je leerovereenkomst is afgelopen.
Voorbeeld
Je bent op 12 januari 2013 25 geworden, je bent op 30 juni 2012 afgestudeerd en op 1 oktober 2012 in dienst getreden. Voor je vakantiegeld van 2013 tellen niet alleen de maanden mee waarin je gewerkt hebt, maar ook de maanden januari tot en met september 2012.
Bedragen
Je brutovakantiegeld bedraagt 92% van je brutomaandwedde voor maart (inclusief de haard- of standplaatstoelage) van het jaar waarin je vakantiegeld wordt uitbetaald.
Het bestaat uit:
- een wijzigbaar gedeelte: dit bedraagt 1,1 % van de geïndexeerde jaarwedde die verschuldigd is voor de maand maart van het jaar waarin je vakantiegeld wordt uitbetaald
- een forfaitair gedeelte: dit is een bedrag dat elk jaar geïndexeerd wordt. Voor 2013 gaat het om een bedrag van 1.144,3868 euro.
- de copernicuspremie: deze premie vult het wijzigbaar en het forfaitair gedeelte aan om tot 92 % van de brutomaandwedde en de haard- en standplaatstoelage te komen Mandaathouders hebben geen copernicuspremie.
Het vakantiegeld is onderworpen aan een forfaitaire bedrijfsvoorheffing. Daarnaast wordt er bij contractuelen en bij statutairen nog 13,07 % ingehouden op het vakantiegeld.
Uitbetaling
Het vakantiegeld wordt doorgaans betaald in mei.
Het vakantiegeld van een personeelslid dat met pensioen gaat, overlijdt, ontslag neemt of afgedankt wordt, wordt in principe uitbetaald in de loop van de maand die daarop volgt.
Regelgeving
- Omzendbrief nr. 627 van 25 april 2013 - Vakantiegeld 2013
- Omzendbrief nr. 616 van 24 april 2012 - Vakantiegeld 2012
- Omzendbrief nr. 608 van 13 april 2011 - Vakantiegeld 2011
- Omzendbrief nr. 603 van 22 april 2010 - Vakantiegeld 2010
- Omzendbrief nr. 595 van 24 april 2009 - Vakantiegeld 2009
- Koninklijk besluit van 10 juli 2002 tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen
- Koninklijk besluit van 30 januari 1979 betreffende de toekenning van een vakantiegeld aan het personeel van 's lands algemeen bestuur
Pagina laatst gewijzigd op 23 mei 2013

