Weddeschalen


Voor elk niveau zijn er een aantal weddeschalen die afhangen van de graad (niveaus B, C en D) of de klasse (niveau A). Sommige overheidsdiensten hebben specifieke weddeschalen voor hun bijzondere graden.

Voor de mandaathouders worden salarisbanden gebruikt.

Contractuelen en statutairen

De weddeschalen voor contractuelen en statutairen zijn dezelfde. Voor contractuelen geldt echter als algemene regel dat hun wedde berekend wordt in de eerste weddeschaal van hun graad of klasse.

Je krijgt periodiek een tussentijdse verhoging. Dat is je geldelijke anciënniteit. Het gaat hier doorgaans om werkelijk verrichte diensten. Voor diensten die je in een lager niveau verricht hebt, kan je anciënniteit herberekend worden. Daarnaast kunnen ook je leeftijd en je ervaring in de privésector een invloed hebben.

Weddeschalen

(niet-geïndexeerde jaarwedde, voltijds)

De brutomaandwedde = (jaarwedde x index) : 12

Voor de geïndexeerde bedragen, zie bedragen indexeren

Mandaathouders

De mandaatfuncties worden volgens 13 criteria gewogen. Volgens het aantal punten dat bij de weging wordt toegekend, worden deze functies aan een van de 7 salarisbanden verbonden. Aan elke salarisband is een wedde verbonden. Alle functies van voorzitter van een directiecomité van een FOD zijn in salarisband 7 ingeschaald.

Deze weddes worden enkel geïndexeerd, er zijn geen tussentijdse verhogingen.

Bedragen

(niet-geïndexeerde jaarwedde, voltijds, tegen spilindex 138,01))

  • Klasse 1 = 51 973,55 €
  • Klasse 2 = 57 104,87 €
  • Klasse 3 = 65 508,80 €
  • Klasse 4 = 73 185,81 €
  • Klasse 5 = 87 385,33 €
  • Klasse 6 = 102 162,42 €
  • Klasse 7 = 117 600,71 €

De brutomaandwedde = (jaarwedde x index) : 12

Voor de geïndexeerde bedragen, zie bedragen indexeren

Regelgeving

Pagina laatst gewijzigd op 03 februari 2012